De spookeffecten van een lager minimumloon: dereguleren voor het goede doel?

De federale regering wil koste wat het kost het minimumloon voor jonge werknemers verlagen. Het zou namelijk goed zijn voor jongeren hun tewerkstellingskansen. Dit argument gaat echter lijnrecht in tegen de meest recente studies en internationale beleidsaanbevelingen over tewerkstellingsbeleid voor jongeren.

Voor werknemers jonger dan 21 jaar wil de regering het minimumbrutoloon doorbreken. Het verschil tussen wat de werkgever dan nog betaalt en wat de werknemer netto overhoudt, moet de belastingbetaler bijpassen. Het Planbureau schat dat dit een dure grap wordt voor een 500-tal jobs, en Denktank Minerva heeft al eens de angeltjes vervat in deze maatregel toegelicht.

Het principieel en wars van doorrekenoefeningen willen doorbreken van arbeidsmarktregulering is op zich geen onverwachte beleidslijn voor een uitgesproken rechts-liberale regering. Wat meer verbaast, is het rijtje opiniemakers, opiniërend redacteurs en arbeidsmarktexperten dat deze maatregel onderschrijft omwille van veronderstelde positieve tewerkstellingseffecten voor jongeren. De stelligheid waarmee men dit doet, staat niet in verhouding tot de wetenschappelijke bewijsvoering hiervoor. Het is vooral een mooi voorbeeld van de recent populaire pleidooien type “arbeidsmarktderegulering voor het goede doel”.

Deze pleidooien zijn steeds een variatie op hetzelfde thema. Eén, er is een groep met een moeilijkere positie in de samenleving – mensen met migratieachtergrond, armen, vrouwen, jongeren, lager opgeleiden, etc. Twee, de beste manier om hun positie te verbeteren is zorgen dat meer van hen aan het werk zijn. Drie, de bestaande beschermingsregels en afspraken rond werk zijn een obstakel om dit te realiseren. Vier, bijgevolg moeten we deze beschermingsregels en afspraken “in hun belang” verminderen.

 

Verleidelijk pleidooi

Dit is een bijzonder verleidelijk pleidooi. Het heeft een zeker progressief cachet, en er zal altijd wel een arbeidsmarktmaatregel te vinden zijn waar men met enige plausibiliteit de redenering op kan toepassen. Tenslotte geeft het een nieuw likje verf aan de hamer waarmee men reeds decennialang principieel op de nagel van arbeidsmarktderegulering aan het kloppen is.

Het grote probleem is dat dit steeds een enorm speculatieve causale redenering is, waarbij men voor elke stap in de argumentatie stapels onderzoeksliteratuur en specialisten kan aandragen à charge én à décharge. Doe je echter een beroep op zo een “deregulering voor het goede doel”-pleidooi, dan lijkt dat je vrij te stellen van het in overweging nemen van deze complexiteit. In de plaats volstaat bijvoorbeeld een vage verwijzing dat “het buitenland bewijst dat het werkt”. Wanneer men echter de concrete maatregel wél tegen het licht van de geijkte onderzoeksliteratuur houdt, dan valt het pleidooi meestal snel uiteen.

Specifiek over minimumlonen en jongeren is er bv. deze maand een nieuwe studie verschenen over de tewerkstellingseffecten van minimumlonen op laaggeschoolden, laaggeschoolde vrouwen, en jongeren (Sturn, 2017). In deze studie heeft de auteur zich uitgeput om schijnbaar elke mogelijke effectschattingsmethode te testen, én een voorgaande studie methodologisch te corrigeren die een negatief effect van minimumloon op jongerentewerkstelling vaststelde.

“Een minimumloon heeft hoogstwaarschijnlijk geen noemenswaardig effect op de tewerkstelling van jongeren.”

De eindconclusie van de analyses voor 24 OESO-landen – inclusief België – is even sec als de methodische uiteenzetting: het is onwaarschijnlijk dat minimumlonen een noemenswaardig effect hebben op de tewerkstelling van laaggeschoolden algemeen, vrouwelijke laaggeschoolden, of jongeren. Waar minimumlonen volgens de auteur wél een positief effect op hebben, is het verminderen van inkomensongelijkheid.

 

ILO: lager minimumloon helpt tewerkstelling jongeren niet

Tot dezelfde bevindingen komt de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). Deze VN-organisatie die zich bezighoudt met arbeidskwesties, publiceerde in augustus een syntheseboek over arbeidsmarktuitdagingen en –beleid voor jongeren. Een gezamenlijk hoofdstuk van ILO- en OESO-auteurs is specifiek gewijd aan de meta-analyse van studies over de effecten van minimumlonen op tewerkstelling van jongeren (O'Higgins en Moscariello, 2017).

Wanneer men het totaalplaatje aan gevonden effecten samenbrengt, zijn de beleidsimplicaties volgens de ILO duidelijk: het is onwaarschijnlijk dat minimumlonen de tewerkstelling(skansen) van jongeren beduidend schaden. En in de situaties waar men negatieve effecten ziet, zijn deze zo klein dat ze niet opwegen tegen de loonvoordelen. Het ILO ziet dan ook geen enkele reden waarom het verminderen of afschaffen van minimumlonen algemeen een positief effect zou hebben op tewerkstelling voor jongeren. Het verlagen van minimumlonen specifiek voor jongeren alleen is eveneens “unlikely to be an effective tool for improving the employment prospects of the young.”.

Met andere woorden, niet enkel is het regeringsbeleid volgens het Planbureau vooral een kostelijke zaak, het gaat ook lijnrecht in tegen het meest up-to-date internationaal beleidsadvies met betrekking tot effectief tewerkstellingsbeleid voor jongeren. Afgaand op de (meta-analyses van) recente onderzoeksliteratuur mogen we dan ook verwachten dat er geen jobs zullen staan tegenover het doorbreken van het minimumloon, en het prijskaartje daarvan voor de belastingbetaler en jonge werknemer.

Zijn deze twee recente studies en beleidsaanbevelingen het laatste woord over de effecten van minimumlonen op de tewerkstelling van jongeren? Natuurlijk niet. Maar het zou minstens opiniemakers, krantenredacteurs en arbeidsmarktexperten mogen bewegen tot enige schroom in het onderschrijven van de tewerkstellingsclaims van de regering. Hopen dat de regering zélf zou wakker liggen over wat o.a. Planbureau-, ILO- en OESO-experten schrijven over zulke regeringsmaatregelen, is ondertussen mogelijk een tikkeltje naïef.

Studies

O'Higgins N. en Moscariello V. (2017). Labour market institutions and youth labour markets: Minimum wages and youth employment revisited. In O'Higgins, N. (Red.), Rising to the Youth Employment Challenge: New Evidence on Key Policy Issues. International Labour Office: Geneva.

Sturn, S. (2017). ‘Do Minimum Wages Lead to Job Losses? Evidence from OECD Countries on Low-Skilled and Youth Employment’. ILR Review. https://doi.org/10.1177/0019793917741259.

Deze opinie verscheen eerder op dewereldmorgen.be.

Transparantie kan fiscaal onrecht niet maskeren

Multinationals dicteren de wet, regeringsleiders volgen gedwee