“Disruptieve innovatie” als afleidingstruc

De disproportionele aandacht voor arbeidsthema’s zoals platformwerk en robotisering leiden vaak af van waar het in arbeidsrelaties nog steeds om gaat: de (tanende) werknemersmacht om aan deze veranderingen vorm te geven.

Kijk je naar de stroom seminaries, rapporten en opiniestukken over “the future of work”, dan krijg je soms de indruk dat we in de toekomst maar twee opties zullen hebben: werk in “de platformeconomie” of robot-onderhoud.

Deze aandacht staat niet in verhouding tot wat we weten over de relatieve omvang en uitdagingen van deze fenomenen. Zo heeft het verhaal rond de impact van het platformwerk genre Uber-chauffeur “zich ontwikkeld in een grotendeels feitenvrije omgeving, waarbij het gebrek aan betrouwbare gegevens leidt tot conclusies op basis van anekdotes”, aldus de droge bevinding van een recent rapport over de omvang en kenmerken van platformwerk in de VS.

Slechts 1% platformwerkers

Op zoek naar cijfers in plaats van consultancy-praat, duiken de auteurs van het rapport in de statistieken van het Amerikaanse Bureau of Labor Statistics. Daaruit blijkt dat het aandeel personen met een niet-standaard arbeidsrelatie – tijdelijke werknemers, interimwerkkrachten, freelancers, etc. – stabiel was tussen 1995 en 2005, en sindsdien zelfs licht gedaald is van 10,9% in 2005 naar 10,1% in 2017. In die groep bevinden zich ook platformwerkers, maar gaat het slechts om 1% van alle werkkrachten.

Idem wat betreft het doemdenken en –scenario’s over de jobs die massaal gaan verdwijnen door robotisering. Ook hier staat het empirisch bewijs niet in proportie tot al de aandacht voor deze verandering op de arbeidsmarkt.

Betekent dit dat platformwerk en robotisering geen uitdagingen vormen voor werknemers? Integendeel. Maar de spanningen tussen arbeid en kapitaal bij deze uitdagingen zijn niets nieuws. Als Silicon Valley-lobbyisten erin slagen Uber-chauffeurs als zelfstandigen te laten klasseren, dan heeft dat een aanzienlijke individuele impact, én gevolgen voor de collectieve verdediging van werknemersrechten. Maar bijvoorbeeld schoonmaakpersoneel in Silicon Valley is al een decennium een juridische strijd aan het voeren tegen hun classificatie als zelfstandige. En toenemende robotisering vormt een herverdelingsvraagstuk over de lasten en lusten, i.e. werkloosheid en productiviteitswinst. Maar dit is niet anders dan bij 3D-printing of stoommachines.

De werknemersmacht daalt

Wat is er wél duidelijk en meetbaar veranderd? De sterke daling van werknemersmacht om vorm te geven aan dit soort uitdagingen en de verdeling van de resulterende lasten en lusten. Terwijl bijvoorbeeld een breed vertakt netwerk van Silicon Valley-lobbyisten erin slaagt om effectief de discussies rond platformwerk in hun voordeel te doen kantelen, ligt het Amerikaanse vakbondswerk in de privésector op apegapen.

En ongeacht het tempo en de impact van robotisering, zonder georganiseerde werknemersmacht op ondernemings- en samenlevingsniveau, zal de geproduceerde rijkdom in toenemende mate blijven accumuleren bij een kleine elite. Met een gebrekkig belastings- en eigendomssysteem, laat het zo de lasten van robotisering bij (werkloze) individuele werknemers en het socialezekerheidssysteem.

Robots als afleidingstechniek

Deze machts- en politieke context verdwijnt meestal naar de achtergrond in de consultancy-rapporten over “the future of work”. Dat brengt ons terug naar de reden waarom er – in vergelijking met hun meetbare omvang en impact – zo disproportioneel veel aandacht gaat naar bepaalde fenomenen als platformwerk en robotisering. Al deze aandacht voor robotisering is een afleidingstechniek, aldus Paul Krugman, een manier om te vermijden dat we het hebben over de manier waarop ons economisch systeem in toenemende mate is gestructureerd ten nadele van werknemers.

Hoog tijd om wat meer door de aura van technologische “disruptieve innovatie” te kijken, naar de klassieke en dwingende machtsrelaties die eronder schuilgaan.

Dit opiniestuk verscheen eerder bij De Wereld Morgen.

De sp.a als gemeenschapspartij

EU-Mercosur handelsakkoord met Bolsonaro in Brazilië kan niet