Beperk de werkloosheid, niet de uitkering
Beperk de werkloosheid, niet de uitkering:
Wat niet werkt, en wat wel, om mensen aan een baan te helpen
De Vlaamse arbeidsmarkt is de afgelopen jaren zeer krap geworden. Ondanks de Covid- en energiecrisis hebben er nog nooit zoveel mensen gewerkt in Vlaanderen, steeg het aantal openstaande vacatures en daalde het aantal werkzoekenden met een uitkering. Recent zien we hierin een licht negatieve trend, maar de krapte op de arbeidsmarkt blijft niettemin bijzonder nijpend.
De keerzijde van die medaille is dat in de context van een krappe arbeidsmarkt werkloosheid al snel wordt herleid tot een individueel probleem. “Er zijn zoveel jobs, dus als je vandaag geen werk vindt dan moet het wel aan jou liggen.” Dat sluit ook aan bij een ruimere ideologische verschuiving die sociale risico’s individualiseert en werkzoekenden persoonlijk verantwoordelijk stelt voor hun situatie. Bijgevolg krijgt voornamelijk de disciplinerende kant van activering, nl. ‘de stok’, aandacht.
Deze ideologische verschuiving is ook merkbaar bij centrum- en linkse partijen: waar in 2016 Wouter Beke, als toenmalige voorzitter van CD&V, nog een rode lijn trok over besparingen in de sociale zekerheid: “We moeten de werklozen beperken in de tijd, niet de uitkeringen, want dan sturen we ze naar het OCMW en de bijstand,” pleit huidig voorzitter van CD&V Sammy Mahdi voor een beperking in de tijd van de werkloosheid na 3 jaar. En waar bij de voormalige sp.a in 2019 nog “ik ga me daar keihard tegen verzetten, die mensen hebben 35 jaar bijgedragen” klonk, is vijf jaar later de beperking geen taboe meer. De welfare state is out, de workfare state wint aan belang. Werkzoekenden moeten met de harde hand richting jobs worden gestuurd door ze extra verplichtingen op te leggen en de toegang tot uitkeringen te beperken in de tijd. Zie het Vlaams regeerakkoord 2024-2029. Want enkel zo krijg je die ‘hangmathanger’ aan het werk.
Onder invloed van de Europese begrotingsregels, moet er in België de komende jaren serieus bespaard worden. De Europese commissie heeft ook aanbevelingen gedaan voor België. Ondanks dat er nog nooit zo weinig uitkeringsgerechtigde werkzoekenden zijn wijst de Europese commissie naar een hervorming van het stelsel van de sociale uitkeringen om werk aantrekkelijker te maken.
De consensus is dus groot onder beleidsmakers, maar is ze ook juist? In het debat rond beperking in de tijd van de werkloosheid komen, naast de besparingsretoriek, vaak 3 argumenten naar voren: het zou helpen om mensen sneller naar werk te begeleiden, het zou het draagvlak voor de sociale zekerheid versterken, en het zou werk ‘aantrekkelijker’ maken.
Beperking van de uitkering leidt tot werk, logisch toch?
In Vlaanderen zijn net iets minder dan 1 op 2 van de ingeschreven werkzoekenden al langer dan 1 jaar op zoek naar werk. Dat is veel. Vlaanderen is hiermee één van de koplopers in de OESO-landen, met een enorm hoog aandeel langdurig werkzoekenden in de werkzoekendenpopulatie. We moeten enkel Portugal, Italië, Griekenland en Slovakije laten voorgaan. De reflex is dan ook: er zijn hier meer langdurig werkzoekenden omdat de uitkeringen niet beperkt zijn in de tijd. Daaruit volgt: …dus helpt beperking van de uitkering in de tijd om mensen aan werk te helpen. Dat laatste is echter als algemene waarheid nergens gestaafd met onderzoek. Wat wel aangetoond is, zijn tal van andere effecten die zo’n al te eenvoudige gevolgtrekking eerder tegenspreken en nuanceren. We geven hieronder een overzicht.
Beperking in de tijd leidt tot armoede en psychologisch lijden, niet tot werk
Vergeet het riedeltje dat uitkeringen te ‘genereus’ en de werkloosheid daardoor een ‘aantrekkelijk’ systeem is. De helft van de Belgische werkzoekenden leeft immers in armoede. Werkloosheid beperken in de tijd zal een grote impact hebben op het inkomen. Uit vorige beleidsinitiatieven, bv. de beperking in de tijd van de inschakelingsuitkering zien we, op basis van een studie van de RVA, dat werkzoekenden door zulke maartregelen vaak naar andere bijstandstelsels vloeien waar uitkeringen nog lager liggen of uitstromen in de inactiviteit zonder uitkering. Leven in armoede, in tegenstelling tot het buikgevoel van Jan Modaal, heeft een negatieve impact op de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. Als je moet kiezen tussen boterhammen smeren voor je kinderen en het kopen van een treinticket voor je sollicitatie is de keuze snel gemaakt. De stress die gepaard gaat met armoede leidt bovendien tot mentale gezondheidsproblemen die eveneens de zoektocht naar werk bemoeilijken. “De uitkering (sneller) verlagen, verhoogt alleen maar de armoede. Wij solliciteren voortdurend. Moeten wij naast de afwijzing van werkgevers, ook in armoede leven? Willen ze dat ik onder een brug slaap?” getuigde een langdurig werkzoekende aan ABVV.
Niet enkel zal de beperking in de tijd mensen in de armoede storten, het heeft ook negatieve effecten op het mentaal welzijn. Zwitserland voerde in 2011 een hervorming door waarbij ze de uitkering nog sneller beperkte. Deze hervorming werd uitvoerig bestudeerd naar o.a uitstroom naar werk. De vaststelling was dat op korte termijn er een verhoogde uitstroom naar werk werd vastgesteld maar dat er voor de overgrote meerderheid geen langdurig tewerkstellingsvoordeel te vinden was. Bovendien werd ook gemeten wat het effect was van deze maatregel op het inkomen en het welzijn van de getroffen doelgroep. Ook daar zijn de effecten negatief: ondanks de snellere uitstroom naar werk op korte termijn verhoogde het armoederisico. Omwille van de financiële stress leidde het ook tot psychologische stress en relatieproblemen met scheidingen tot gevolg. De verkorting van de maximale duur van het recht op werkloosheidsuitkering leidde tot een stijging van echtscheidingen met gemiddeld 25%.
Een eigen studie van RVA die de effecten onderzocht van de beperking in de tijd van de inschakelingsuitkeringen toont aan dat 1 op 2 van de getroffen doelgroep door de beperking niet doorstroomde naar werk maar wel naar het leefloon of in een niet-uitkeringsgerechtigde situatie belandde en uit de statistieken verdween. De beperking in de tijd zal bijgevolg eerder leiden tot een verschuiving van deze doelgroep naar andere uitkeringsstelsels dan naar werk. Het ABVV berekende dat indien er een beperking wordt doorgevoerd de instroom naar het leefloon maar liefst zou stijgen met 90.000 extra personen in heel België. Problematisch hierbij is dat zeker de kleine OCMW’s niet de nodige expertise of budgetten hebben om deze doelgroep naar de arbeidsmarkt te begeleiden, maar liefst 32% van de kleine OCMW’s hebben niemand exclusief in dienst om mensen met een leefloon naar werk te begeleiden.
Er zijn ontelbare studies die aantonen dat uitkeringssancties, het sneller laten dalen van de uitkeringen en/of een beperking installeren niet efficiënt is als maatregel: De kansen op werk verhogen niet, maar het armoederisico en de welzijnsproblematieken stijgen. Bovendien verdwijnt een grote groep hierdoor vaak van de radar. In plaats van drempels weg te nemen worden zo nieuwe drempels geïnstalleerd waardoor je werkzoekenden verder in plaats van dichter naar de arbeidsmarkt duwt.
Beperking in de tijd negeert discriminatie
Langdurig werkzoekenden zijn gemiddeld ouder (24%), hebben vaker een arbeidshandicap (24%), geen secundair diploma (47%) en hebben vaker een arbeidshandicap (25%) dan werkzoekenden die minder dan 1 jaar naar werk zoeken.
Talloze onderzoeken tonen aan dat discriminatie op basis van leeftijd, migratieachtergrond of werkloosheidsduur een feit is. De getuigenissen van werkzoekenden die negatieve ervaringen hebben zijn legio. Zo ook Paul, 50-plusser die in ons onderzoek naar de ervaringen van langdurig werkzoekenden aangaf: “In uw gezicht zeggen de werkgevers met een glimlach: je bent te oud.”
En ook de duur van de werkloosheid heeft een enorme impact. Na twee jaar werkloosheid zijn de kansen op een baan al tot een minimum beperkt volgens een recent onderzoek van UGent@Work. Wie er dan voor gaat, wordt gezien als ongemotiveerd en ongetalenteerd. Uit onderzoek van de reactie’s van werkgevers op 67.000 fictieve sollicitaties uit 28 internationale studies, blijkt dat werkgevers sollicitanten die langer dan een jaar zonder job zitten niet graag zien komen, terwijl ze wie nog maar even werkloos is, zelfs liever aannemen dan mensen mét een job. Langdurig werkzoekenden hebben maar liefst 21% minder kans op een job. En ook in de uitstroomcijfers naar werk zie je dit effect: Het gemiddelde aantal mensen dat in de eerste helft van 2023 de arbeidsmarkt betrad vanuit de werkloosheid, was minder dan een jaar werkloos (19.467), daar tegenover staan slechts 5.087 langdurig werkzoekenden (>2jaar werkloosheid) die richting arbeidsmarkt uitstroomden.
Er is nochtans een enorme wil onder langdurig werkzoekenden om te werken. België is echter één van de minst inclusieve arbeidsmarkten van Europa. Als je kijkt naar de werkzaamheidsgraad van kortgeschoolden, mensen met een beperking of personen met een migratieachtergrond bengelt België achteraan het peloton.
Je kan maar je best doen en aan al je verplichtingen voldoen maar uiteindelijk beslist een werkzoekende niet of die wordt aangenomen, wél de werkgever. Werkloos zijn is geen keuze. Het beperken van de werkloosheid in de tijd zal de meest kwetsbare groepen disproportioneel treffen en dus de discriminatie van deze groepen op de arbeidsmarkt versterken.
Beperking in de tijd lost mismatch niet op
Bijna 1 op 2 van de langdurig werkzoekenden hebben geen secundair diploma. Vlaanderen kent een grote kwalitatieve mismatch: de aanwezige competenties op de arbeidsmarkt komen steeds minder overeen met wat organisaties nu of in de toekomst nodig hebben. Gecombineerd met het gegeven dat de werkloosheidsgraad enorm laag is, zit je in een situatie waarin de weinige vissen in de vijver niet altijd de vissen zijn die de bedrijven zoeken. De werkzaamheidsgraad in België van kortgeschoolden (49.2%) vertoont dan ook een enorme kloof met midden- (67.5%) en hooggeschoolden (86.6%).
In 2011 al werd onderzocht of de verscherpte controle van het zoekgedrag door middel van periodieke gesprekken, eventueel gevolgd door sancties, leidde tot snellere uitstroom. Hieruit blijkt dat de verscherpte opvolging leidt tot een snellere overgang naar werk, maar dat dit vooral geldt als er ook voldoende vacatures beschikbaar zijn. En daar knelt vandaag het schoentje: ondanks de krapte zijn er onvoldoende vacatures voor het aantal mensen die op zoek zijn naar een job. Een deel van de werklozen zal er dus niet in slagen om een job te vinden, eenvoudigweg omdat er geen werk voorhanden is dat past bij hun profiel en vaardigheden.
Hoe komt dat? Want het klinkt contradictorisch met de vaststelling van een krappe arbeidsmarkt. België telde in 2023 295.801 UVW-WZ, maar in hetzelfde jaar waren er ook 223.582 niet-vergoede werkzoekenden. Dat zijn bijna 520.000 werkzoekenden (en dan tellen we andere categorieën, zoals mensen met een ziekte- of invaliditeitsuitkering niet mee), terwijl Statbel 184.431 vacatures telde in juni 2024 (d.w.z. een verschil van 335.569 banen). Als we kijken naar Vlaanderen zien we het volgende beeld. Op Arvastat zien we dat op dit moment +62.000 openstaande vacatures zijn voor Vlaanderen terwijl er +218.000 werkzoekenden zijn. Hiervan hebben 1 op 2 een uitkering. Gaan we dieper in op de vacatures dan zien we dat bij 1 op 2 van de vacatures geen secundair diploma vereist is. Probleem is dat er voor elke vacature waar geen secundair diploma voor wordt gevraagd er maar liefst 3 kortgeschoolde werkzoekende zijn. Het beeld dat er voor iedereen een job staat te wachten, gaat dus gewoon niet op voor sommige groepen werkzoekenden.
Beperking in de tijd werkt betere jobs tegen
Een andere groep kan wel aan de slag maar zal terechtkomen in minder kwalitatieve jobs. De openstaande vacatures zijn niet steeds van kwalitatieve aard. 1 op 3 van de knelpuntberoepen worden niet ingevuld o.a omwille van de slechte arbeids- en loonvoorwaarden. Daarnaast is volgens Statbel de vacaturegraad veel hoger voor interimbanen (17,71%) dan voor vaste banen (3,98%). 50% van de ontvangen vacatures bij VDAB van het afgelopen jaar betreft interimcontracten.
Door een beperking van de werkloosheid in te voeren zet je werkzoekenden met hun rug tegen de muur. Zij zullen geneigd zijn, omwille van tijdsdruk, sneller te kiezen voor minder kwaliteitsvolle jobs die aansluiten bij hun jobdoelwit. Op korte termijn lijkt dat te werken maar op langere termijn creëer je zo een poele aan werkzoekenden die vastzitten in slecht betaalde, onwerkbare kortdurende jobs zonder duurzaam arbeidsmarktperspectief en met een hoge kans op uitval.. Het zijn immers sectoren met meer precaire jobs zoals schoonmaak, logistiek,… die een hogere uitval naar de ziekte-uitkering kennen dan andere sectoren Bovendien, door werkzoekenden te dwingen te kiezen voor deze jobs ontneem je elke incentive voor werkgevers om te investeren in de loons- en arbeidsvoorwaarden van die jobs. Zowel werkzoekenden en werknemers zijn daarvan de dupe. Eigenlijk worden de voordelen die een krappe arbeidsmarkt voor werknemers biedt, namelijk de druk op werkgevers om betere en beter verloonde jobs aan te bieden om nog volk te vinden, zo actief tegengewerkt.
Bovendien zijn het ook net de meest kwetsbare groepen: mensen met een migratieachtergrond, kortgeschoolden,… die oververtegenwoordigd zijn in de werkloosheid, in deze precaire arbeidscontracten zitten en daardoor meer kans hebben op een loopbaan waarin ze telkens in en uit de werkloosheid stromen en daarmee moeilijker een stabiele en duurzame loopbaan kunnen uitbouwen.
Beperking in de tijd werkt upskilling en sociale promotie tegen
De beperking kan er ook toe leiden dat werkzoekenden minder toegeleid worden naar opleiding en mogelijks ook zelf minder geneigd zijn om te investeren in competentieversterking want als de deadline van bv. 2 jaar lonkt zal je niet snel geneigd zijn deze periode op te vullen met een opleiding, terwijl er net meer inzet nodig is op competentieversterking om aan de kwalitatieve mismatch te werken. Terwijl de RVA net concludeert dat opleiding de meest duurzame manier is om uit de werkloosheid te geraken. Opleiding volgen nadat je werk vond kan natuurlijk ook, maar ook daar zien we dat de kwetsbare groepen waarover het hier gaat ook als werknemer maar weinig kans op opleiding krijgen, omdat werkgevers hier onvoldoende in investeren.
Conclusie?
Het bovenstaande geeft aan dat werkzoekenden geconfronteerd worden met een hele resem van structurele drempels die niet kunnen worden herleid tot individuele verantwoordelijkheid: taalbarrière, leeftijd, gebrek aan opleiding(en), handicap, discriminatie, gebrek aan gepaste jobs … Ook mobiliteitsarmoede en gezondheids- en huisvestigingsproblematieken zijn schering en inslag bij langdurig werkzoekenden. Zo betrof het gemiddelde aandeel van werkzoekenden dat uitstroomt naar werk in het afgelopen jaar (september 2023-september 2024) bij langdurig werkzoekenden 6,5% terwijl dat bij werkzoekenden met korte duur bijna het dubbele is (11,2%).
Mensen in langdurige werkloosheid ondergaan een cocktail van drempels die hun positie reeds zeer precair maakt. De beperking in de tijd van de werkloosheid zal deze precariteit enkel versterken.
Het is niet de financiële prikkel die het probleem is, wel het gebrek aan kwalitatieve jobs en een inclusief aanwervingsbeleid. Werkloosheid is een structureel probleem, zeker bij langdurig werkzoekenden. Werkzoekenden blijven niet vrijwillig werkloos. Negatieve financiële prikkels voor iets waar je als individu geen controle op hebt schaden. Hierdoor wordt de weg naar de arbeidsmarkt bemoeilijkt, niet geëffend.
Uitkeringen beperken in de tijd geeft draagvlak voor sociale zekerheid?
Voorstanders van de beperking in de tijd van de werkloosheid wijzen er op dat dit noodzakelijk is om het systeem te blijven rechtvaardigen. Legislatuur na legislatuur worden er ‘activeringsmaatregelen’ genomen om mensen sneller aan het werk te krijgen. Soms vanuit een ondersteunende visie maar steeds vaker met “de stok”. Denk aan de verhoogde degressiviteit van de uitkering, waardoor deze sneller daalt, het invoeren van de gemeenschapsdienst,… Het sociale zekerheidsstelsel wordt steeds disciplinerend ingevuld met een inhoudelijke verschuiving waarmee de klemtoon louter en alleen nog op plichten komt te liggen.
Bovendien wordt dat niet onder de waterlijn gedaan maar wordt hierover door politici graag sterk gecommuniceerd. Denk maar aan het belang van het steeds terugkerende persbericht over hoeveel werkzoekenden wel niet gesanctioneerd worden in Vlaanderen. Om draagvlak te vinden, redeneren politici, is het van belang dat er een sterk handhavingsbeleid is zodat ‘profiteurs’ kordaat worden aangepakt. Niet zelden worden er voorbeelden aangekaart van iemand die wel iemand kent die al x-aantal jaar van een uitkering leeft en weigert te werken of die wél in het ‘zwart’ kan werken. Deze cases worden echter zelden gefactcheckt. Als we kijken naar de sanctioneringscijfers valt ook op dat slechts een zeer kleine minderheid nl. 2% van de langdurig werkzoekenden in formele opvolging zit.
Uit een grootschalig Brits onderzoek naar de impact van discours over werkzoekenden blijkt dat het negatief framen van werkzoekenden als ‘profiteurs’, het benadrukken van de plichten en een sterk handhavingsprocedure net het draagvlak van sociale zekerheid doet afkalven. Eerst verscherpt het discours van politici en nadien volgt de publieke opinie. En dus niet omgekeerd.
Positief is dat hieruit ook het volgende kan blijken: een positief discours van beleidsmakers ten aanzien van werkzoekenden en begeleidende maatregelen in plaats van louter disciplinerende, kan het draagvlak voor een sterke sociale zekerheid net aanwakkeren.
Een tweede element dat het draagvlak voor de sociale zekerheid kan vergroten is: het versterken van de sociale zekerheid. Als het beleid ervoor zorgt dat de sociale zekerheid doet wat ze belooft te doen vergroot je het draagvlak om eraan bij te dragen. En dat is: financiële zekerheid creëren en ondersteuning en begeleiding bieden om toe te leiden naar werk. Maar daar slaagt ze vandaag dus onvoldoende in. Zoals in vorige blog gesteld: 1 op 2 werkzoekenden leeft vandaag in armoede. Bovendien blijkt uit een onderzoek van de Universiteit Antwerpen dat 73% géén aanbod krijgt van VDAB in de eerste 11maanden nadat ze langdurig werkzoekend worden. Waarom zouden mensen bijdragen aan een systeem dat niet oplevert wat ze beoogt te doen? De beperking van de werkloosheid druist regelrecht in tegen de ontstaansreden van de werkloosheidsreglementering: nl. een vervangingsinkomen verzekeren en ondersteuning bieden om naar werk toe te leiden zolang een job afwezig blijft. Hoe kan je mensen overtuigen van het nut van zulk systeem als je er maar ‘even’ gebruik van kan maken terwijl je er, in vele gevallen, decennialang toe hebt bijgedragen en steeds aan je verplichtingen hebt voldaan?
Uitkeringen beperken in de tijd om werk aantrekkelijker te maken?
Hierboven hebben we al uitvoerig besproken dat negatieve financiële prikkels niet werken en dat uitkeringen niet genereus zijn. Zeker niet wanneer je die afzet tegenover de armoedegrens. Toch kunnen politici het niet nalaten te beweren dat uitkeringen te genereus zijn en dat werken meer moet lonen. In vorige publicaties heeft het ABVV al aangetoond dat het verschil tussen een werkloosheidsuitkering en een minimumloon bijna altijd meer dan 500 euro netto per maand is. De uitkering is dus geen ‘luxe hangmat’. Bovendien “moeten we de uitkeringen niet afzetten tegen lonen, maar tegen de armoedegrens”, stipt Raf De Weerdt, federaal ABVV secretaris, aan. De maatstaf waaraan de werkloosheidsuitkeringen moeten afgewogen worden is niet het mogelijks te beperkte loon dat men zou kunnen verwerven, maar de mate waarin iemand een menswaardig bestaan kan hebben met deze uitkering. De maatstaf die daarvoor gehanteerd wordt is de armoedegrens. Onze uitkeringen scoren daar ruim onder.
Ook een recent Viona-onderzoek uitgevoerd door de Universiteit Antwerpen kwam tot de vaststelling dat slechts in uitzonderlijke situaties, uitkeringen financieel voordeliger zijn dan te werken. Maar voltijds aan de slag gaan is steeds voordeliger.
Bovendien zien we dat een beperking in de tijd, werken net minder aantrekkelijk zal maken. Dit doordat de incentive bij werkgevers om te werken aan de arbeids- en loonvoorwaarden wegvalt. Als je werkzoekenden nu eenmaal met hun rug tegen de muur zet zullen deze ook slechtere loons- en arbeidsvoorwaarden aanvaarden. Maar wat ben je met werk als je er niet van kan leven?
Een beperking in de tijd heeft niets te maken met het aantrekkelijker maken van werk, wel het afnemen van keuzes van werkzoekenden en dat werkt ook in het nadeel van werknemers. Want als de sociale zekerheid er niet in slaagt om mensen in waardigheid naar werk te laten zoeken zal een werknemer er alles aan doen om de job te behouden. Of die nu aansluit bij je competenties, je voldoende betaalt en zekerheid biedt, dat maakt dan minder uit. Als je mensen quasi dwingt om eender welke job aan te nemen neem je elke incentive weg bij werkgevers om te werken aan de loons- en arbeidsvoorwaarden. Dit zet vervolgens een enorme druk op de onderhandelingsruimte voor werknemers en werkzoekenden om kwaliteitsvol werk te krijgen met slechte arbeids- en loonsvoorwaarden tot gevolg.
Het kan anders: wat werkt er wel?
De beperking in de werkloosheid van de tijd heeft, zoals we hierboven aantonen, niets te maken met mensen sneller te laten uitstromen naar werk, Onderzoek genoeg die het tegengesteld effect aantoont en voornamelijk leidt tot het bestraffen van mensen die werkzoekend zijn. Als de doelstelling is uitstroom naar werk te verhogen, werk aantrekkelijker maken en het draagvlak en vertrouwen in sociale zekerheid te verstevigen, moeten er andere keuzes worden gemaakt. Gelukkig is er ook genoeg literatuur over wat dan wel werkt.
Meer begeleiding en competentieversterking
Het begint bij een activeringsbeleid dat inzet op begeleiding en ondersteuning door middel van o.a jobhunting en competentieversterkende acties in plaats van de focus te leggen op sancties. De kerntaak van de bemiddeling moet opgevat worden in de ruime zin en dus ook inzetten op werken rond randproblematieken zoals huisvesting, welzijnsproblematieken, …
Los van het gegeven dat er vandaag voor sommige groepen werklozen onvoldoende jobs zijn, zijn er heel wat drempels die die werkzoekenden ervaren: discriminatie, taal, competentiemismatch, … enkel een goede begeleiding kan dit remediëren. En inzetten op competentieversterking werkt. De voltijdse beroepsopleidingen zijn de meest efficiënte maatregel in termen van terugkeer naar werk in België: meer dan 54% van de werkzoekenden is uitgestroomd naar werk na 12 maanden. Als het een knelpuntopleiding betrof gaat het over 70%. De opleidingen die gericht zijn op knelpuntberoepen hebben een bijzonder hoog rendement van terugkeer naar werk en lijken een goed doorgeefluik te vormen tussen werkzoekenden en werkgevers die op zoek zijn naar geschoolde kandidaten.
Inzetten op flankerend beleid
Een vaak terugkerend probleem is het gebrek aan kinderopvang, mobiliteitsarmoede, huisvestiging. Een geïntegreerd beleid is noodzakelijk zodat overal de drempels tot de arbeidsmarkt worden verlaagd. Daarom moet er worden afgestapt van de voorrangsregels bij kinderopvang en sociale huisvesting. De inzet op meer openbaar vervoer door de nieuwe Vlaamse regering is daarin positief. Maar zelfs voor ouders die werken is het al moeilijk om nabije kinderopvang te vinden, laat staan als je als werkzoekende overal achteraan in de rij moet aansluiten op de wachtlijst. En pak de armoede bij de uitkeringsstelsel aan. Alle sociale minima moeten worden opgetrokken tot boven de armoederisicodrempel. Het verhogen van de uitkering zorgt ervoor dat mensen niet in continue stress zitten en moeten kiezen tussen een bus ticket voor een sollicitatie en een boterham. De voorstellen die vandaag op de federale onderhandelingstafel liggen zullen de armoede bij mensen die van een uitkering moeten leven versterken. Dit vreet het draagvlak aan voor de sociale zekerheid en leidt ertoe dat de zoektocht naar werk wordt bemoeilijkt.
Responsabiliseer de werkgevers
Werkzoekenden worden consequent geresponsabiliseerd. Maar in een arbeidsmarkt zijn er twee zijden: vraag en aanbod. De Vlaamse overheid heeft de verantwoordelijkheid om beide zijden met elkaar te verzoenen en dat kan niet zonder ook de werkgevers te responsabiliseren. Werkzoekenden beslissen immers niet zelf of ze worden aangenomen. Werkgevers wel. Discriminatie komt nog te vaak voor. De inzet op praktijktesten in het nieuwe regeerakkoord is een stap vooruit. Belangrijk is dat er een kordaat handhavingsbeleid is voor hardleerse werkgevers. Dit kan o.a door de extra sociale inspecteurs in te zetten in het opsporen en vervolgen van discriminatie.
Vlaanderen kan gebruik maken van haar eigen uitbestedingen en het Vlaamse investeringsbeleid door in te inzetten op jobcreatie, ook voor de meest kwetsbare groepen via sociale clausules.
Daarnaast moet er federaal worden ingezet op het versterken van responsabiliseringsmechanismen met betrekking tot het gebruik van precaire en flexibele werkvormen (flexi-jobs, uitzendarbeid, deeleconomie, enz.). En het realiseren van betere arbeidsvoorwaarden, stabiele en zekere contracten en hogere brutolonen.
Realiseer een werkgarantie
Niet iedereen kan aan de slag in de reguliere economie. Met het groeipad in de sociale economie worden extra jobs op maat gecreëerd voor diegene met de indicering collectief maatwerk. Maar ook daarnaast is er nood aan aangepast werk. Daarom pleitten we voor de creatie van ‘Zones zonder Langdurige werkloosheid’ naar het Frans idee. Hier gaat het lokale bestuur, samen met de sociale partners, de tewerkstellingsdienst en het middenveld samen werken om de competenties van werkzoekenden in kaart te brengen en dit te verbinden aan noden die niet ingevuld worden door de private sector. Zo worden jobs op maat van de werkzoekende en de buurt gecreëerd. Het vertrekt vanuit vrijwilligheid en het gaat om volwaardige contracten met begeleiding en opleiding op de werkvloer. Bovendien is het systeem financieel rendabel vanaf de start en brengt de investering drie keer meer op dan ze in het begin kost. Zowel voor de werkzoekende, de samenleving en de onderneming is het een win-win.
Door mensen te begeleiden naar werk en te investeren in het creëren van werkbaar en kwaliteitsvol werk kan je werkloosheid effectief stoppen. Het niet doen zou zot zijn en politiek onverantwoord.
Deze analyse verscheen (in twee delen) ook bij ABVV-Experten.