De EU reanimeert Bolkestein, en dat zou ze beter niet doen.

Op 19 maart 2005 trokken 100.000 mensen door de Brusselse straten. Ze protesteerden tegen een plan van de Europese Unie om de dienstensector sterk te dereguleren. Nu, twintig jaar later, komt de Europese Commissie met gelijkaardige plannen op de proppen. Ze wil van oneerlijke concurrentie de regel maken, en daar heeft niemand iets bij te winnen.

Het plan van de Bolkestein-richtlijn in 2005 was op zijn minst opzienbarend. Kort samengevat zouden bedrijven diensten kunnen leveren in andere landen, op basis van de arbeidsvoorwaarden van het thuisland. Het beeld van de Poolse loodgieter die hier in België komt werken aan het Poolse minimumloon deed nogal wat werknemers en werkgevers huiveren. In plaats van eerlijke concurrentie te stimuleren zouden deze plannen oneerlijke concurrentie net institutionaliseren.

De Bolkestein richtlijn werd omgedoopt tot de “Frankenstein” richtlijn en na lang en succesvol mobiliseren van vakbonden, ngo’s en burgers werd het principe omgedraaid. Een Poolse loodgieter mag hier diensten komen leveren, maar moet dan wel betaald worden volgens de Belgische standaarden. Eerlijke concurrentie op een gelijk speelveld dus.

Nu, twintig jaar later, lijken sommige ideeën van de Bolkestein richtlijn eerder schijndood. De Europese Commissie werkt aan een zogenoemde 28ste regime, een nieuw wettelijk kader dat bedoeld is om een aparte juridische entiteit voor ‘innovatieve bedrijven’ in de EU te creëren. Klinkt misschien complex en technisch, maar schijn bedriegt.

De analyse van de EU is dat bedrijven het moeilijk hebben met de verschillende regels rond belastingen, arbeidsrecht, ondernemingsrecht in verschillende lidstaten en dat die bedrijven daardoor minder snel grensoverschrijdend zullen opereren. Die analyse klopt. Maar het antwoord van de Commissie is buitensporig en gaat hopeloos de verkeerde richting uit. Ze wil namelijk een nieuw boek met regels ontwerpen, onafhankelijk van een Europese lidstaat. Een soort Europees ondernemingsrecht, belastingrecht en arbeidsrecht. Een 28ste regime, alsof er een virtuele 28ste lidstaat bestaat.

Dat klinkt misschien niet slecht maar is een heel groot fausse bonne idée. Het zou oneerlijke concurrentie verankeren in het hart van de Unie. Stel dat je een werkt in een kleine keten van kledingswinkels. Je werkt aan Belgische lonen, betaald Belgische belastingen en het bedrijf moet alle Belgische regels volgen. De concurrentie met de grote internationale spelers is snoeihard omdat die kunnen bouwen op schaalvoordelen. Maar stel nu dat die grote ketens hun werknemers geen Belgische, maar ‘Europese’ (lees: lagere) lonen moeten uitbetalen. Dan wordt de concurrentie scheefgetrokken, en zal de druk op jouw bedrijf heel groot zijn om ook de heersende arbeidsvoorwaarden naar beneden bij te stellen, in een niet-aflatende race naar de bodem. Een 28ste regime institutionaliseert dus oneerlijke concurrentie. En de prijs zal betaald worden door onze lokale bedrijven en door de werknemers.

Maar is een kledingswinkel wel een voorbeeld van een ‘innovatief bedrijf’ die onder het 28ste regime zou vallen? Op het eerste zicht niet, maar op een recente hoorzitting liet de commissie zich al ontvallen dat het regime zou kunnen gelden voor start-ups, scale-ups en alle bedrijven die iets over de grenzen heen willen doen. Net zoals bij de Bolkestein-richtlijn dreigt dit een vrijbrief te worden voor bedrijven om zich te onttrekken aan nationale arbeidsovereenkomsten, vakbondsrechten en collectieve onderhandelingsstructuren. En de Europese Commissie heeft al ervaring met zo’n vrijbrieven. In 2001 werd er al de Europese Vennootschap (Societas Europaea, SE) geïntroduceerd, en we hebben gezien dat dit sindsdien vooral misbruikt wordt door Duitse bedrijven om inspraak van werknemers en vakbonden te omzeilen.

De EU presenteert dit plan als een stap naar modernisering en innovatie, maar in werkelijkheid zet het de deur open voor een verdere liberalisering van de arbeidsmarkt, zonder adequate bescherming voor werknemers. De prijs hiervoor zal betaald worden door de brede middenklasse: van werknemers tot de middenstand.

De Europese Unie is gebouwd op een sociaal model dat eerlijke concurrentie moet stimuleren. De plannen van de commissie doen het tegenovergestelde. Misschien moeten we nog maar eens 100.000 mensen de straat opsturen in Brussel om het gezond verstand terug te doen weerkeren.

-          Deze bijdrage verscheen ook in De Standaard.

Chaos in de begroting

Europese staatssteunregels op een dood spoor?

Europese staatssteunregels op een dood spoor?